Inhoudingsplicht uitgebreid

Inhoudingsplicht uitgebreid: wat elke opdrachtgever nu moet weten

De inhoudingsplicht bij schulden van aannemers gold al jaren voor de fiscus en de RSZ. Sinds 1 mei 2026 is ook het RSVZ toegevoegd, én vallen de bewakings- en vleessector onder het toepassingsgebied. Wie de controle mist, betaalt twee keer.

Wie regelmatig werken laat uitvoeren door aannemers of onderaannemers, kent de inhoudingsplicht. Voor de fiscus en de RSZ is de controleverplichting al langer van kracht. Maar de regeling is uitgebreid: sinds 1 mei 2026 geldt ze ook voor sociale schulden bij het RSVZ, én voor twee nieuwe sectoren. De sancties zijn niet min.

Wat is de inhoudingsplicht?

De inhoudingsplicht verplicht opdrachtgevers om, vóór elke betaling aan een aannemer, te controleren of die aannemer schulden heeft bij de overheid. Heeft hij die, dan houdt u een deel van het factuurbedrag in en stort u dat rechtstreeks door aan de bevoegde instantie, in plaats van het volledig aan de aannemer uit te betalen.

De maatregel bestond al voor twee instanties. Voor fiscale schulden (FOD Financiën) bedraagt de inhouding 15% van het factuurbedrag excl. btw. Voor RSZ-schulden (loonarbeiders) is dat 35%. Beide zijn al jaren verplicht in de bouw- en schoonmaaksector.

Wat is er nieuw sinds 1 mei 2026?

De uitbreiding heeft twee dimensies: een nieuwe instantie én nieuwe sectoren.

Nieuwe instantie: het RSVZ. Naast de fiscus en de RSZ is nu ook het RSVZ (Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen) toegevoegd. Als uw aannemer vervallen sociale schulden heeft als zelfstandige van meer dan € 2.647 (bedrag 2026), houdt u 15% van het factuurbedrag in en stort u dat door naar het RSVZ. Ook de jaarlijkse forfaitaire sociale vennootschapsbijdrage valt hieronder.

Nieuwe sectoren. De volledige inhoudingsplicht, voor fiscus, RSZ én RSVZ, geldt voortaan ook in de bewakingssector en de vleessector. Ondernemingen in die sectoren die met aannemers werken, zijn verplicht om dezelfde controleprocedure te volgen als al jaren gangbaar is in bouw en schoonmaak.

“Voor ondernemers buiten de traditionele sectoren is dit onbekend terrein. De controle-reflex die in bouw en schoonmaak al een automatisme is geworden, ontbreekt in bewaking en vlees nog volledig. Net daar zit het risico.”
Gert Bellemans, bestuurder bij Bizzon

Voor wie geldt de verplichting?

De inhoudingsplicht geldt voor elke professionele opdrachtgever die werken laat uitvoeren in een van de betrokken sectoren, zowel vennootschappen als zelfstandigen. Ze geldt zowel voor hoofdaannemers als voor opdrachtgevers die rechtstreeks met een onderaannemer werken. Particulieren die uitsluitend voor privédoeleinden bouwen of laten schoonmaken, vallen buiten het toepassingsgebied.

Hoe controleert u?

Er is één centraal loket: www.checkinhoudingsplicht.be. Met het ondernemingsnummer van uw aannemer controleert u onmiddellijk of een inhouding nodig is voor fiscus, RSZ én RSVZ. De toepassing genereert ook de gestructureerde mededeling voor de doorstorting.

Let op de timing: beslissingen worden maandelijks bijgewerkt op de vrijdag na de laatste donderdag van de maand. Controleer altijd vlak vóór de betaling, niet weken eerder.

Overzicht van de inhoudingen

  • FOD Financiën (fiscale schulden): 15% excl. btw
  • RSZ (loonarbeiders): 35% excl. btw
  • RSVZ (zelfstandigen), nieuw: 15% excl. btw

Wat bij niet-naleving?

De sancties zijn tweeledig en gelden voor zowel opdrachtgevers als hoofd- en onderaannemers die rechtstreeks met een (onder)aannemer werken.

  • Administratieve geldboete gelijk aan het dubbel van het bedrag dat had moeten worden ingehouden en doorgestort. De sanctie is dus zwaarder dan de inhouding zelf.
  • Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de fiscale en niet-fiscale schulden van uw medecontractant. U kunt worden aangesproken voor schulden die niet de uwe zijn.

Het cashflowrisico is reëel: wie de controle mist en het factuurbedrag al volledig uitbetaalde, is alsnog verplicht om de inhouding door te storten. U betaalt dan effectief meer dan de oorspronkelijke factuur, bovenop het risico op een boete.

De kern

De inhoudingsplicht is uitgebreid. Wie in bouw, schoonmaak, bewaking of vlees met aannemers werkt, controleert voortaan drie instanties vóór elke betaling, of draagt de gevolgen.

Auteurs: Gert Bellemans (Bizzon) en Koen Bruls (advocaat).

Lees ook: Cashflow in de bouwsector


facturen betwist

Facturen betwisten: wat nu als je klant niet akkoord gaat?

Je stuurt een correcte factuur. Een paar dagen later krijg je een mail terug: "Ik ga hier niet mee akkoord." Geen betaling, wel een probleem erbij.

Het is meer dan een ongemak. Het voelt als een blokkade op geld dat je al verdiend hebt. Maar een betwisting is geen vonnis. Het is een startpunt. Wat je de eerste dagen doet, bepaalt of dit een korte formaliteit wordt of een sleepdossier van maanden.

Wat betekent het als een klant je factuur betwist?

Facturen betwisten wil zeggen dat je klant schriftelijk of mondeling laat weten het niet eens te zijn met (een deel van) de factuur: het bedrag, de geleverde dienst, of de voorwaarden. Zodra dat gebeurt, is de factuur niet langer "onbetwist". Ze verandert van status, en dat heeft gevolgen voor hoe je ze mag innen.

Meer dan 40% van de Belgische bedrijven krijgt te maken met late betalingen. Een deel daarvan schuilt achter een betwisting. Soms terecht, vaak als uitstelmanoeuvre.

Betwisten of protesteren: is er een verschil?

In de praktijk gebruiken mensen beide woorden door elkaar. Juridisch is "protesteren" de striktere term: een gemotiveerd en tijdig schriftelijk protest, meestal binnen een termijn die in je algemene voorwaarden staat. "Betwisten" is breder: elke vorm van niet-akkoord gaan, ook een telefoontje of een losse mail.

Dat onderscheid is niet theoretisch. Een laattijdig of ongemotiveerd protest telt vaak niet mee als geldig. Dan blijft je factuur alsnog onbetwist. Twijfel je of een reactie van je klant een geldig protest is? Dat lees je in Facturen protesteren: hoe werkt het?

Wat doe je als je klant de factuur betwist? In 4 stappen

  1. Reageer binnen de 3 dagen. De 3-dagencheck geldt ook hier: hoe sneller je reageert, hoe kleiner de kans dat de betwisting uitgroeit tot een principekwestie. Stilte wordt door je klant al snel gelezen als "geen weerwoord."
  2. Vraag om de betwisting op papier. Een mondelinge klacht is vluchtig. Vraag je klant om zijn bezwaar schriftelijk te bevestigen. Dat dwingt hem om concreet te worden, en geeft jou een dossier.
  3. Toets de betwisting aan je eigen dossier. Klopt de levering, de hoeveelheid, de afspraken? Een factuur die compleet en correct is opgesteld, weerlegt de meeste betwistingen zonder discussie.
  4. Beslis: terecht, deels terecht, of niet terecht. Elk van de drie vraagt een andere aanpak. Dat is meteen het volgende punt.

Is de betwisting terecht? Checklist

Een terechte betwisting los je op met een creditnota of aanpassing. Snel en zonder weerstand, want dat bouwt vertrouwen op voor de volgende factuur.

Een deels terechte betwisting vraagt een tussenoplossing: pas het bedrag aan waar nodig, en herbevestig de rest schriftelijk.

Een niet-terechte betwisting is waar het scherp wordt. Hier geldt de Sergeant-methode: duidelijk, consequent, zonder omwegen. "Sorry, ik heb je mail niet ontvangen" is het meest gehoorde excuus. Het houdt geen steek als je aangetekend of met leesbevestiging werkt.

Wanneer wordt een betwisting een uitstelmanoeuvre?

Sommige klanten betwisten niet omdat ze een punt hebben, maar omdat het tijd wint. Herkenningspunten: de betwisting komt pas na een herinnering, ze is vaag in plaats van concreet, of ze verschuift telkens van argument.

In dat geval is een externe partner al een signaal op zich. Debiteuren geven voorrang aan de schuldeiser die consequent is. Die vermelding van een externe partij maakt meteen duidelijk dat uitstel geen optie meer is.

Wanneer schakel je Bizzon in?

Zodra een betwisting je eigen tijd meer kost dan het bedrag waard is, is het geen tussendoorklus meer. Bizzon neemt de opvolging over: van eerste reactie tot escalatie als stok achter de deur. Zo hoef jij je klantrelatie niet zelf op het spel te zetten.

Streefresultaat: gemiddelde betalingstermijn binnen 17 dagen na factuurdatum, ook als er onderweg een sporadische betwisting opduikt.

Veelgestelde vragen

Moet ik een betwisting altijd schriftelijk krijgen?
Niet verplicht, maar wel aan te raden. Een schriftelijke betwisting geeft je een dossier en dwingt je klant tot concrete argumenten.

Kan mijn klant een factuur zomaar betwisten om niet te betalen?
Ja, dat gebeurt. Een betwisting schort de betaling niet automatisch op als ze niet tijdig of niet gemotiveerd is. Vandaar het belang van een snelle, correcte reactie.

Wat is het verschil tussen een betwiste en een onbetwiste factuur?
Een onbetwiste factuur kan sneller en met minder discussie geïnd worden. Zodra een klant ze betwist, verandert het traject, en is een externe partner vaak sneller dan zelf blijven onderhandelen.

Lees meer: Jouw factuur geprotesteerd: Wat nu?


Betaalcultuur België: kredietchecks en cashflow

Betaalcultuur in België: wat de cijfers écht zeggen over risico, kredietchecks en cashflow

Betaalcultuur in België: wat de cijfers écht zeggen over risico, kredietchecks en cashflow

Facturen die te laat binnenkomen zijn geen boze uitzondering meer, maar een structureel kenmerk van hoe bedrijven in België en de rest van Europa met elkaar handelen. Uit het jaarlijkse rapport van het EU Payment Observatory, een initiatief van de Europese Commissie dat betaalgedrag tussen bedrijven en overheden monitort, blijkt dat meer dan de helft van de Europese ondernemingen hinder ondervindt van laattijdige betalingen.

België doet het op dat vlak niet slechter dan het Europese gemiddelde, maar ook zeker niet fundamenteel beter. En net daar wringt het schoentje: "gemiddeld" is voor een kmo geen geruststelling wanneer één grote wanbetaler je cashflow in de problemen kan brengen.

Voor wie dagelijks met facturatie, opvolging en klantrelaties bezig is, is de vraag niet "bestaat het probleem", maar "wat doe ik eraan". Dit artikel loopt de belangrijkste vragen af over betaalgedrag, kredietchecks en cashflow in de Belgische b2b-context.

Hoe erg is het probleem van laattijdige betalingen in België écht?

Behoorlijk erg, maar niet uitzonderlijk: België zit rond het Europese gemiddelde, wat betekent dat een aanzienlijk deel van de bedrijven hier structureel te laat betaald wordt.

Dat "gemiddeld" is misleidend geruststellend. Het EU Payment Observatory stelt vast dat gemiddelde betaaltermijnen in zowel b2b- als overheidstransacties de 60 dagen overschrijden, en dat het aandeel bedrijven dat hinder ondervindt van laattijdige betalingen de voorbije jaren eerder toe- dan afgenomen is. Voor een kmo met beperkte financiële buffers is dat geen abstract Europees cijfer, maar een concreet liquiditeitsrisico: elke factuur die 30 dagen te laat komt, is 30 dagen waarin je zelf leveranciers, lonen en belastingen moet voorfinancieren.

Waarom betaalt de overheid trager dan bedrijven onderling?

De verklaring ligt vaak in interne procedures: verificatietermijnen, goedkeuringscircuits en administratieve controle vertragen de effectieve betaling, ook wanneer de wettelijke termijn (doorgaans 30 dagen) veel korter is.

België is daar geen uitzondering op. De Europese Commissie heeft ons land, samen met enkele andere lidstaten, in het verleden al doorverwezen naar het Hof van Justitie wegens een onjuiste omzetting van de Europese richtlijn tegen laattijdige betalingen. Ook binnen de eigen federale overheid erkent men het probleem: zo kondigde FOD Justitie aan om vanaf 2026 zelf moratoriuminteresten toe te passen wanneer ze te laat betaalt aan haar eigen dienstverleners, een indirecte bevestiging dat "de overheid betaalt traag" geen mythe is, maar een vaststaand feit waar zelfs de wetgever nu op reageert.

Wat kost trage betaling je bedrijf eigenlijk aan cashflow?

Elke dag dat een factuur openstaat, is een dag dat jouw bedrijf werkkapitaal mist dat elders nodig is, voor voorraad, personeel, investeringen of gewoon een buffer.

Dit vertaalt zich rechtstreeks in de DSO (Days Sales Outstanding): hoe langer klanten erover doen om te betalen, hoe groter het bedrag dat permanent "onderweg" zit in plaats van op je rekening. Veel kmo's compenseren dit met een kaskrediet of leverancierskrediet, maar dat is geen gratis oplossing. Het kost rente, het beperkt je flexibiliteit, en het maakt je kwetsbaarder wanneer meerdere klanten tegelijk laat betalen. Cashflowproblemen door laattijdige betaling zijn dan ook een van de meest voorkomende oorzaken van faillissementen bij op zich gezonde, winstgevende bedrijven.

Wat is precies het verband tussen kredietchecks en cashflow?

Kredietchecks en cashflow hangen rechtstreeks samen: door de kredietwaardigheid van een klant te controleren vóór je een opdracht aanvaardt of levert, vermijd je dat je cashflow afhankelijk wordt van klanten die structureel laat, of helemaal niet, betalen.

Een kredietcheck is geen bureaucratische formaliteit, maar een preventief cashflow-instrument. Waar reactief credit management pas in actie schiet wanneer een factuur al vervallen is, grijpt een kredietcheck in vóórdat het risico zich voordoet: je kent het betaalgedrag, de financiële gezondheid en het risicoprofiel van een klant al bij de start van de relatie. Bedrijven die hierop inzetten, zien doorgaans een directe correlatie tussen minder wanbetalers en een stabielere, voorspelbaardere cashflow. Precies omdat ze risicovolle klanten ofwel weren, ofwel met aangepaste voorwaarden (voorschot, kortere termijn, bankgarantie) benaderen.

Hoe pak je kredietchecks en cashflow praktisch aan in je eigen bedrijf?

Begin met een vaste kredietcheck bij elke nieuwe klant, leg duidelijke betalingsvoorwaarden vast, en zorg voor consequente opvolging vanaf de eerste dag dat een factuur vervalt, niet pas na drie herinneringsmails.

Concreet betekent dit: een kredietwaardigheidscheck uitvoeren bij onboarding (niet enkel bij grote orders), betalingstermijnen expliciet en schriftelijk vastleggen, en een opvolgproces automatiseren zodat een vervallen factuur niet weken blijft liggen voor iemand er iets mee doet. Voor kmo's zonder eigen credit management-afdeling is dit vaak net de stap die overgeslagen wordt, niet uit onwil, maar bij gebrek aan tijd en gespecialiseerde tools. Dat is ook precies waar een gestructureerde aanpak, of externe ondersteuning, het verschil maakt tussen achteraf incasseren en vooraf risico beperken.

Reactief opvolgen of proactief risico beperken. Wat kies jij?

Het antwoord dat de cijfers suggereren is duidelijk: bedrijven die vandaag investeren in kredietchecks en gestructureerde opvolging, bouwen een concreet concurrentievoordeel op tegenover bedrijven die enkel reactief reageren wanneer een factuur al te laat is.

De betaalcultuur in België verandert niet van vandaag op morgen, en ook de overheid zal niet plots sneller betalen. Wat een kmo wél zelf in de hand heeft, is hoe ze omgaat met haar eigen klantenportefeuille: wie ze krediet geeft, onder welke voorwaarden, en hoe snel ze ingrijpt wanneer een betaling uitblijft. Kredietchecks en cashflow zijn daarmee geen aparte thema's, maar twee kanten van dezelfde medaille en net dat maakt preventief credit management vandaag relevanter dan ooit.

Wil je weten hoe je eigen betaalgedrag en risicoprofiel er concreet uitzien? Neem gerust contact op, we denken graag mee over een aanpak die past bij jouw bedrijf.


Bronnen: EU Payment Observatory (jaarrapport, Europese Commissie / CEPS / EY); Europese Commissie, persbericht over de doorverwijzing van België naar het Hof van Justitie wegens de richtlijn tegen laattijdige betalingen; FOD Justitie, communicatie over de toepassing van moratoriuminteresten; Creditsafe/Graydon, cijfers over Belgische faillissementen.


Privacy Preference Center