Beslaglegging

Factuur onbetaald: wanneer is beslaglegging een rationele keuze?

In economisch onzekere tijden grijpen ondernemers snel naar beslag. Maar dat is zelden de slimste eerste stap. Beslag is geen overwinning, maar een investering, met kosten en soms een onzekere opbrengst.

Een klant betaalt niet, dus je grijpt meteen naar beslag. De reflex is begrijpelijk. Toch draait het voor de ondernemer om één vraag: wanneer loont het écht?

Gert Bellemans, bestuurder bij Bizzon, en advocaat Koen Bruls zijn het eens: elk dossier moet eerst door drie duidelijke filters. Wie die stappen overslaat, riskeert een procedure die meer kost dan ze opbrengt.

Eerst denken, dan doen

Een beslagprocedure kan snel duur worden. Bovendien zet je er de relatie met je klant definitief mee onder druk, en maak je de kans op een minnelijke oplossing kleiner. Twee zaken die ondernemers weleens onderschatten.

“Beslag wordt niet voor niets de allerlaatste optie genoemd. Je zet het pas in als de analyse klopt: correcte informatie, juiste strategie, duidelijke kosten-batenafweging.”
Koen Bruls, advocaat

Filter 1: hoe groot is de kans dat je nog iets ziet?

Veel ondernemers checken het Belgisch Staatsblad, maar dat geeft vaak een vertekend of achterhaald beeld. De gepubliceerde jaarrekeningen weerspiegelen immers de situatie van meer dan een jaar voordien.

Een betere bron is de Kruispuntbank van Ondernemingen, waar je ziet of een bedrijf nog actief is en of er signalen zijn van stopzetting of faillissement.

Minstens even belangrijk: het Centraal Register van Beslagberichten. Via een gerechtsdeurwaarder of advocaat kan je tegen een beperkte kost de beslagberichten raadplegen en nagaan of er al beslag ligt. Sta je achteraan in de rij, na bevoorrechte schuldeisers zoals de fiscus of de RSZ, dan is de kans groot dat er voor jou niets meer overblijft.

Filter 2 Beslaglegging: op wat?

Stel dat de vooruitzichten positief zijn, dan komt de tactische vraag: welk beslag heeft zin?

Beslag op activa: snel overzicht

  • Onroerend goed: zeker, maar traag en complex
  • Materieel en voertuigen: vaak geleased, juridisch beschermd
  • Derdenbeslag (bank of bij klanten): snel, betaalbaar, directe impact
  • Rechtstreekse vordering: sterk in de bouwsector

Beslag in handen van derden is in de praktijk vaak het meest efficiënt. In plaats van achter de debiteur zelf aan te gaan, richt je je op een partij die geld verschuldigd is aan jouw klant: een bank of een klant van je klant. Wanneer je goed geïnformeerd bent, omzeil je zo lege rekeningen en uitgeholde vennootschappen, en werk je met middelen die effectief beschikbaar zijn.

Filter 3: is beslaglegging financieel verantwoord?

Hier wordt het nuchter. Onder de € 1.500 is een standaard gerechtelijke procedure zelden rendabel. De kosten voor dagvaarding, advocaat en uitvoering lopen snel op en eten de opbrengst op.

Een alternatief is de IOS-procedure: die neemt iets meer tijd in beslag, maar de kosten liggen beduidend lager. Sterke algemene voorwaarden en een goed opgesteld eigendomsvoorbehoud zijn bovendien meer dan een formaliteit. Ze zijn een strategie op zich.

De kern

Beslaglegging is geen standaardoplossing, maar een precisie-instrument. Wie zijn debiteurenbeheer slim aanpakt, gebruikt het als sluitstuk, niet als startpunt.

Dit artikel verscheen eerder in Bizzontijd. Auteurs: Gert Bellemans (Bizzon) en Koen Bruls (advocaat).

 

Lees ook: Gerechtelijk innen van onbetaalde facturen


Peppol en incasso

Peppol en incasso: waarom de verplichte e-factuur je sterkste wapen wordt tegen wanbetalers

Peppol en incasso: wat de verplichte e-factuur verandert voor je openstaande facturen

Peppol is een internationaal netwerk waarop bedrijven (en overheden) veilig en efficiënt elektronische transacties kunnen uitwisselen. Sterk beheer, standaardisatie, een globale aanpak en verregaande decentralisatie zijn de belangrijkste kenmerken.

De bedoeling was om elektronische facturatie te standaardiseren en de administratieve lasten te verlagen volgens FOD

Sinds 1 januari 2026 is de e-factuur via het Peppol-netwerk verplicht voor elke Belgische B2B-onderneming. De meeste ondernemers zien dit vooral als een extra administratieve horde. Maar als je dieper kijkt, zie je iets anders: Peppol maakt het leven van wanbetalers verdomd moeilijk.

Bij Bizzon hameren we altijd op onze 8 wetten van debiteurenbeheer. Met de komst van Peppol krijgen die wetten plots een technologische en wettelijke ruggensteun.

Dit is wat er verandert voor jouw openstaande facturen.

1. De uitvlucht “niet ontvangen” verdwijnt definitief

We kennen hem allemaal: “Ik heb je factuur nooit gezien, ze zal wel in de spam zitten.” Het is de meest gebruikte uitvlucht om betalingen dertig dagen te rekken.

Met Peppol is dit verleden tijd. Elke factuur wordt geregistreerd op het netwerk met een onomstotelijke ontvangstbevestiging. De bewijslast verschuift: de factuur is afgeleverd, punt. Als wij namens jou een dossier opstarten, staat de debiteur meteen met 1-0 achter.

2. Foutloos factureren wordt een harde eis

Onze eerste wet bij Bizzon is: factureer direct en foutloos. Een klein foutje in een referentienummer is voor een slechte betaler vaak een reden om de hele factuur te parkeren.

Het Peppol-netwerk dwingt kwaliteit af. Een factuur met een fout btw-nummer of ontbrekende verplichte velden wordt technisch simpelweg geweigerd. Dat lijkt lastig, maar het is een zegen voor je cashflow: een factuur die door het systeem wordt aanvaard, is juridisch nagenoeg onbetwistbaar op vormfouten.

3. Achterstanden worden sneller zichtbaar

Peppol zorgt voor snelheid. Facturen landen rechtstreeks in het boekhoudpakket van je klant. De tijd van “het ligt nog op de stapel bij de boekhouder” is voorbij.

De keerzijde? Als een factuur nu te laat is, is dat minder verdedigbaar dan ooit. Het maakt de nood aan een strak systeem zoals dat van Bizzon groter. Juist omdat de administratieve ruis wegvalt, valt de onwil om te betalen sneller op.

4. Meten op basis van data, niet op buikgevoel

Onze wet 8 draait om sturen op je DSO (Days Sales Outstanding). Dankzij de gestructureerde data van Peppol (verzenddatum, tijdstempel, vervaldatum) kun je die nu tot op de eurocent en op de minuut nauwkeurig berekenen. Je ziet in realtime welke klanten structureel de randjes opzoeken, waardoor we veel proactiever kunnen ingrijpen.

5. Een sterker dossier bij de invordering

Loopt een factuur toch vast, dan telt elk bewijsstuk. Met Peppol heb je alles digitaal en met tijdstempel bij elkaar: de factuur zelf, de verzenddatum, de ontvangstbevestiging en de vervaldatum. Zo starten wij een invorderingsdossier zonder eerst te zoeken naar bewijzen of te discussiëren over wat wanneer verstuurd is. Dat scheelt tijd, en tijd is precies wat een wanbetaler probeert te winnen. Hoe sneller we kunnen schakelen van herinnering naar aanmaning en ingebrekestelling, hoe groter de kans dat je je geld effectief terugziet.

Lees ook: DSO verkorten: oplossingen voor de 3 meest gemaakte fouten

Het risico: de pdf als juridisch zwaktebod

Een belangrijke waarschuwing: sinds 1 januari 2026 zijn facturen die niet via Peppol worden verstuurd, technisch gezien niet conform de btw-wetgeving.

Als jij als groothandelaar blijft vasthouden aan je vertrouwde pdf via e-mail, geef je een malafide debiteur een juridisch verweer cadeau. Hij kan de geldigheid van de factuur betwisten, simpelweg omdat de verzendwijze niet wettelijk is.

Conclusie: de sterkste positie voor de kmo

Peppol is geen bedreiging, het is een hefboom. De combinatie van Peppol-conforme facturatie en de strakke opvolging door Bizzon is de sterkste positie die je als ondernemer kunt innemen.

Je haalt de emotie en de smoesjes uit het gesprek en vervangt ze door harde data en juridische zekerheid.

Verstuur jij nog “betwistbare” pdf’s? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

 

Lees ook: De dubbele zekerheid: Peppol voorkomt, Bizzon lost op


Inhoudingsplicht uitgebreid

Inhoudingsplicht uitgebreid: wat elke opdrachtgever nu moet weten

De inhoudingsplicht bij schulden van aannemers gold al jaren voor de fiscus en de RSZ. Sinds 1 mei 2026 is ook het RSVZ toegevoegd, én vallen de bewakings- en vleessector onder het toepassingsgebied. Wie de controle mist, betaalt twee keer.

Wie regelmatig werken laat uitvoeren door aannemers of onderaannemers, kent de inhoudingsplicht. Voor de fiscus en de RSZ is de controleverplichting al langer van kracht. Maar de regeling is uitgebreid: sinds 1 mei 2026 geldt ze ook voor sociale schulden bij het RSVZ, én voor twee nieuwe sectoren. De sancties zijn niet min.

Wat is de inhoudingsplicht?

De inhoudingsplicht verplicht opdrachtgevers om, vóór elke betaling aan een aannemer, te controleren of die aannemer schulden heeft bij de overheid. Heeft hij die, dan houdt u een deel van het factuurbedrag in en stort u dat rechtstreeks door aan de bevoegde instantie, in plaats van het volledig aan de aannemer uit te betalen.

De maatregel bestond al voor twee instanties. Voor fiscale schulden (FOD Financiën) bedraagt de inhouding 15% van het factuurbedrag excl. btw. Voor RSZ-schulden (loonarbeiders) is dat 35%. Beide zijn al jaren verplicht in de bouw- en schoonmaaksector.

Wat is er nieuw sinds 1 mei 2026?

De uitbreiding heeft twee dimensies: een nieuwe instantie én nieuwe sectoren.

Nieuwe instantie: het RSVZ. Naast de fiscus en de RSZ is nu ook het RSVZ (Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen) toegevoegd. Als uw aannemer vervallen sociale schulden heeft als zelfstandige van meer dan € 2.647 (bedrag 2026), houdt u 15% van het factuurbedrag in en stort u dat door naar het RSVZ. Ook de jaarlijkse forfaitaire sociale vennootschapsbijdrage valt hieronder.

Nieuwe sectoren. De volledige inhoudingsplicht, voor fiscus, RSZ én RSVZ, geldt voortaan ook in de bewakingssector en de vleessector. Ondernemingen in die sectoren die met aannemers werken, zijn verplicht om dezelfde controleprocedure te volgen als al jaren gangbaar is in bouw en schoonmaak.

“Voor ondernemers buiten de traditionele sectoren is dit onbekend terrein. De controle-reflex die in bouw en schoonmaak al een automatisme is geworden, ontbreekt in bewaking en vlees nog volledig. Net daar zit het risico.”
Gert Bellemans, bestuurder bij Bizzon

Voor wie geldt de verplichting?

De inhoudingsplicht geldt voor elke professionele opdrachtgever die werken laat uitvoeren in een van de betrokken sectoren, zowel vennootschappen als zelfstandigen. Ze geldt zowel voor hoofdaannemers als voor opdrachtgevers die rechtstreeks met een onderaannemer werken. Particulieren die uitsluitend voor privédoeleinden bouwen of laten schoonmaken, vallen buiten het toepassingsgebied.

Hoe controleert u?

Er is één centraal loket: www.checkinhoudingsplicht.be. Met het ondernemingsnummer van uw aannemer controleert u onmiddellijk of een inhouding nodig is voor fiscus, RSZ én RSVZ. De toepassing genereert ook de gestructureerde mededeling voor de doorstorting.

Let op de timing: beslissingen worden maandelijks bijgewerkt op de vrijdag na de laatste donderdag van de maand. Controleer altijd vlak vóór de betaling, niet weken eerder.

Overzicht van de inhoudingen

  • FOD Financiën (fiscale schulden): 15% excl. btw
  • RSZ (loonarbeiders): 35% excl. btw
  • RSVZ (zelfstandigen), nieuw: 15% excl. btw

Wat bij niet-naleving?

De sancties zijn tweeledig en gelden voor zowel opdrachtgevers als hoofd- en onderaannemers die rechtstreeks met een (onder)aannemer werken.

  • Administratieve geldboete gelijk aan het dubbel van het bedrag dat had moeten worden ingehouden en doorgestort. De sanctie is dus zwaarder dan de inhouding zelf.
  • Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de fiscale en niet-fiscale schulden van uw medecontractant. U kunt worden aangesproken voor schulden die niet de uwe zijn.

Het cashflowrisico is reëel: wie de controle mist en het factuurbedrag al volledig uitbetaalde, is alsnog verplicht om de inhouding door te storten. U betaalt dan effectief meer dan de oorspronkelijke factuur, bovenop het risico op een boete.

De kern

De inhoudingsplicht is uitgebreid. Wie in bouw, schoonmaak, bewaking of vlees met aannemers werkt, controleert voortaan drie instanties vóór elke betaling, of draagt de gevolgen.

Auteurs: Gert Bellemans (Bizzon) en Koen Bruls (advocaat).

Lees ook: Cashflow in de bouwsector


facturen betwist

Facturen betwisten: wat nu als je klant niet akkoord gaat?

Je stuurt een correcte factuur. Een paar dagen later krijg je een mail terug: "Ik ga hier niet mee akkoord." Geen betaling, wel een probleem erbij.

Het is meer dan een ongemak. Het voelt als een blokkade op geld dat je al verdiend hebt. Maar een betwisting is geen vonnis. Het is een startpunt. Wat je de eerste dagen doet, bepaalt of dit een korte formaliteit wordt of een sleepdossier van maanden.

Wat betekent het als een klant je factuur betwist?

Facturen betwisten wil zeggen dat je klant schriftelijk of mondeling laat weten het niet eens te zijn met (een deel van) de factuur: het bedrag, de geleverde dienst, of de voorwaarden. Zodra dat gebeurt, is de factuur niet langer "onbetwist". Ze verandert van status, en dat heeft gevolgen voor hoe je ze mag innen.

Meer dan 40% van de Belgische bedrijven krijgt te maken met late betalingen. Een deel daarvan schuilt achter een betwisting. Soms terecht, vaak als uitstelmanoeuvre.

Betwisten of protesteren: is er een verschil?

In de praktijk gebruiken mensen beide woorden door elkaar. Juridisch is "protesteren" de striktere term: een gemotiveerd en tijdig schriftelijk protest, meestal binnen een termijn die in je algemene voorwaarden staat. "Betwisten" is breder: elke vorm van niet-akkoord gaan, ook een telefoontje of een losse mail.

Dat onderscheid is niet theoretisch. Een laattijdig of ongemotiveerd protest telt vaak niet mee als geldig. Dan blijft je factuur alsnog onbetwist. Twijfel je of een reactie van je klant een geldig protest is? Dat lees je in Facturen protesteren: hoe werkt het?

Wat doe je als je klant de factuur betwist? In 4 stappen

  1. Reageer binnen de 3 dagen. De 3-dagencheck geldt ook hier: hoe sneller je reageert, hoe kleiner de kans dat de betwisting uitgroeit tot een principekwestie. Stilte wordt door je klant al snel gelezen als "geen weerwoord."
  2. Vraag om de betwisting op papier. Een mondelinge klacht is vluchtig. Vraag je klant om zijn bezwaar schriftelijk te bevestigen. Dat dwingt hem om concreet te worden, en geeft jou een dossier.
  3. Toets de betwisting aan je eigen dossier. Klopt de levering, de hoeveelheid, de afspraken? Een factuur die compleet en correct is opgesteld, weerlegt de meeste betwistingen zonder discussie.
  4. Beslis: terecht, deels terecht, of niet terecht. Elk van de drie vraagt een andere aanpak. Dat is meteen het volgende punt.

Is de betwisting terecht? Checklist

Een terechte betwisting los je op met een creditnota of aanpassing. Snel en zonder weerstand, want dat bouwt vertrouwen op voor de volgende factuur.

Een deels terechte betwisting vraagt een tussenoplossing: pas het bedrag aan waar nodig, en herbevestig de rest schriftelijk.

Een niet-terechte betwisting is waar het scherp wordt. Hier geldt de Sergeant-methode: duidelijk, consequent, zonder omwegen. "Sorry, ik heb je mail niet ontvangen" is het meest gehoorde excuus. Het houdt geen steek als je aangetekend of met leesbevestiging werkt.

Wanneer wordt een betwisting een uitstelmanoeuvre?

Sommige klanten betwisten niet omdat ze een punt hebben, maar omdat het tijd wint. Herkenningspunten: de betwisting komt pas na een herinnering, ze is vaag in plaats van concreet, of ze verschuift telkens van argument.

In dat geval is een externe partner al een signaal op zich. Debiteuren geven voorrang aan de schuldeiser die consequent is. Die vermelding van een externe partij maakt meteen duidelijk dat uitstel geen optie meer is.

Wanneer schakel je Bizzon in?

Zodra een betwisting je eigen tijd meer kost dan het bedrag waard is, is het geen tussendoorklus meer. Bizzon neemt de opvolging over: van eerste reactie tot escalatie als stok achter de deur. Zo hoef jij je klantrelatie niet zelf op het spel te zetten.

Streefresultaat: gemiddelde betalingstermijn binnen 17 dagen na factuurdatum, ook als er onderweg een sporadische betwisting opduikt.

Veelgestelde vragen

Moet ik een betwisting altijd schriftelijk krijgen?
Niet verplicht, maar wel aan te raden. Een schriftelijke betwisting geeft je een dossier en dwingt je klant tot concrete argumenten.

Kan mijn klant een factuur zomaar betwisten om niet te betalen?
Ja, dat gebeurt. Een betwisting schort de betaling niet automatisch op als ze niet tijdig of niet gemotiveerd is. Vandaar het belang van een snelle, correcte reactie.

Wat is het verschil tussen een betwiste en een onbetwiste factuur?
Een onbetwiste factuur kan sneller en met minder discussie geïnd worden. Zodra een klant ze betwist, verandert het traject, en is een externe partner vaak sneller dan zelf blijven onderhandelen.

Lees meer: Jouw factuur geprotesteerd: Wat nu?


Betaalcultuur België: kredietchecks en cashflow

Betaalcultuur in België: wat de cijfers écht zeggen over risico, kredietchecks en cashflow

Betaalcultuur in België: wat de cijfers écht zeggen over risico, kredietchecks en cashflow

Facturen die te laat binnenkomen zijn geen boze uitzondering meer, maar een structureel kenmerk van hoe bedrijven in België en de rest van Europa met elkaar handelen. Uit het jaarlijkse rapport van het EU Payment Observatory, een initiatief van de Europese Commissie dat betaalgedrag tussen bedrijven en overheden monitort, blijkt dat meer dan de helft van de Europese ondernemingen hinder ondervindt van laattijdige betalingen.

België doet het op dat vlak niet slechter dan het Europese gemiddelde, maar ook zeker niet fundamenteel beter. En net daar wringt het schoentje: "gemiddeld" is voor een kmo geen geruststelling wanneer één grote wanbetaler je cashflow in de problemen kan brengen.

Voor wie dagelijks met facturatie, opvolging en klantrelaties bezig is, is de vraag niet "bestaat het probleem", maar "wat doe ik eraan". Dit artikel loopt de belangrijkste vragen af over betaalgedrag, kredietchecks en cashflow in de Belgische b2b-context.

Hoe erg is het probleem van laattijdige betalingen in België écht?

Behoorlijk erg, maar niet uitzonderlijk: België zit rond het Europese gemiddelde, wat betekent dat een aanzienlijk deel van de bedrijven hier structureel te laat betaald wordt.

Dat "gemiddeld" is misleidend geruststellend. Het EU Payment Observatory stelt vast dat gemiddelde betaaltermijnen in zowel b2b- als overheidstransacties de 60 dagen overschrijden, en dat het aandeel bedrijven dat hinder ondervindt van laattijdige betalingen de voorbije jaren eerder toe- dan afgenomen is. Voor een kmo met beperkte financiële buffers is dat geen abstract Europees cijfer, maar een concreet liquiditeitsrisico: elke factuur die 30 dagen te laat komt, is 30 dagen waarin je zelf leveranciers, lonen en belastingen moet voorfinancieren.

Waarom betaalt de overheid trager dan bedrijven onderling?

De verklaring ligt vaak in interne procedures: verificatietermijnen, goedkeuringscircuits en administratieve controle vertragen de effectieve betaling, ook wanneer de wettelijke termijn (doorgaans 30 dagen) veel korter is.

België is daar geen uitzondering op. De Europese Commissie heeft ons land, samen met enkele andere lidstaten, in het verleden al doorverwezen naar het Hof van Justitie wegens een onjuiste omzetting van de Europese richtlijn tegen laattijdige betalingen. Ook binnen de eigen federale overheid erkent men het probleem: zo kondigde FOD Justitie aan om vanaf 2026 zelf moratoriuminteresten toe te passen wanneer ze te laat betaalt aan haar eigen dienstverleners, een indirecte bevestiging dat "de overheid betaalt traag" geen mythe is, maar een vaststaand feit waar zelfs de wetgever nu op reageert.

Wat kost trage betaling je bedrijf eigenlijk aan cashflow?

Elke dag dat een factuur openstaat, is een dag dat jouw bedrijf werkkapitaal mist dat elders nodig is, voor voorraad, personeel, investeringen of gewoon een buffer.

Dit vertaalt zich rechtstreeks in de DSO (Days Sales Outstanding): hoe langer klanten erover doen om te betalen, hoe groter het bedrag dat permanent "onderweg" zit in plaats van op je rekening. Veel kmo's compenseren dit met een kaskrediet of leverancierskrediet, maar dat is geen gratis oplossing. Het kost rente, het beperkt je flexibiliteit, en het maakt je kwetsbaarder wanneer meerdere klanten tegelijk laat betalen. Cashflowproblemen door laattijdige betaling zijn dan ook een van de meest voorkomende oorzaken van faillissementen bij op zich gezonde, winstgevende bedrijven.

Wat is precies het verband tussen kredietchecks en cashflow?

Kredietchecks en cashflow hangen rechtstreeks samen: door de kredietwaardigheid van een klant te controleren vóór je een opdracht aanvaardt of levert, vermijd je dat je cashflow afhankelijk wordt van klanten die structureel laat, of helemaal niet, betalen.

Een kredietcheck is geen bureaucratische formaliteit, maar een preventief cashflow-instrument. Waar reactief credit management pas in actie schiet wanneer een factuur al vervallen is, grijpt een kredietcheck in vóórdat het risico zich voordoet: je kent het betaalgedrag, de financiële gezondheid en het risicoprofiel van een klant al bij de start van de relatie. Bedrijven die hierop inzetten, zien doorgaans een directe correlatie tussen minder wanbetalers en een stabielere, voorspelbaardere cashflow. Precies omdat ze risicovolle klanten ofwel weren, ofwel met aangepaste voorwaarden (voorschot, kortere termijn, bankgarantie) benaderen.

Hoe pak je kredietchecks en cashflow praktisch aan in je eigen bedrijf?

Begin met een vaste kredietcheck bij elke nieuwe klant, leg duidelijke betalingsvoorwaarden vast, en zorg voor consequente opvolging vanaf de eerste dag dat een factuur vervalt, niet pas na drie herinneringsmails.

Concreet betekent dit: een kredietwaardigheidscheck uitvoeren bij onboarding (niet enkel bij grote orders), betalingstermijnen expliciet en schriftelijk vastleggen, en een opvolgproces automatiseren zodat een vervallen factuur niet weken blijft liggen voor iemand er iets mee doet. Voor kmo's zonder eigen credit management-afdeling is dit vaak net de stap die overgeslagen wordt, niet uit onwil, maar bij gebrek aan tijd en gespecialiseerde tools. Dat is ook precies waar een gestructureerde aanpak, of externe ondersteuning, het verschil maakt tussen achteraf incasseren en vooraf risico beperken.

Reactief opvolgen of proactief risico beperken. Wat kies jij?

Het antwoord dat de cijfers suggereren is duidelijk: bedrijven die vandaag investeren in kredietchecks en gestructureerde opvolging, bouwen een concreet concurrentievoordeel op tegenover bedrijven die enkel reactief reageren wanneer een factuur al te laat is.

De betaalcultuur in België verandert niet van vandaag op morgen, en ook de overheid zal niet plots sneller betalen. Wat een kmo wél zelf in de hand heeft, is hoe ze omgaat met haar eigen klantenportefeuille: wie ze krediet geeft, onder welke voorwaarden, en hoe snel ze ingrijpt wanneer een betaling uitblijft. Kredietchecks en cashflow zijn daarmee geen aparte thema's, maar twee kanten van dezelfde medaille en net dat maakt preventief credit management vandaag relevanter dan ooit.

Wil je weten hoe je eigen betaalgedrag en risicoprofiel er concreet uitzien? Neem gerust contact op, we denken graag mee over een aanpak die past bij jouw bedrijf.


Bronnen: EU Payment Observatory (jaarrapport, Europese Commissie / CEPS / EY); Europese Commissie, persbericht over de doorverwijzing van België naar het Hof van Justitie wegens de richtlijn tegen laattijdige betalingen; FOD Justitie, communicatie over de toepassing van moratoriuminteresten; Creditsafe/Graydon, cijfers over Belgische faillissementen.


Privacy Preference Center